
Mustafa Korkmaz (38) is een van de grote smaakmakers van het Nederlandse rolstoelbasketbal. Hij speelde voor een reeks aan Europese topclubs en dit seizoen mogen we hem in Nederland zelf bewonderen. Bovendien maakt hij al jarenlang deel uit van Oranje. Rolstoelbasketbal.nl stelde tien vragen. Deel 2; vijf vragen met een introductie.
Deze week reisde het Nederlands mannenteam af naar Suphan Buri in Thailand voor het Repechage voor een plek op het WK in Ottawa in Canada. Behalve speler is Korkmaz ambassadeur van Stichting BEN én de Esther Vergeer Foundation.
Bij Oranje debuteerde Korkmaz op het EK van 2010 in het Tsjechische Brno. In 2021 was er de Europese titel voor het Nederlands team, in 2023 won de ploeg brons op het EK in Rotterdam. De wieg van Korkmaz stond in het Duitse Bremen, zijn vader was fervent supporter van Galatasaray, Cimbom (een meer dan honderd jaar oude koosnaam) voor de echte die hard fans in het bodeaux rood en geel. Eén van de drie absolute grootmachten van de clubs in Turkije met onder meer voetbal, basketbal en volleybal.
De piepjonge Mustafa zag het roodgeel op de Turkse TV en wist direct, dit wilde hij ook. Hij deed zijn achternaam Korkmaz (onbevreesd) meer dan eer aan, joeg zijn dromen na en bereikte én Oranje én de Europese top én de wereldtitel. Dit seizoen is hij de aanjager en motor van Sunrise. In Thailand is Mustafa Korkmaz de routine in de verjongde formatie van bondscoach Peter van Noord.
De teamgenoten van Mustafa Korkmaz (Sunrise) op het Repechage zijn: Frank de Jong (Rotterdam Basketbal), Robin Poggenwisch (Briantea84, ITA), Anil Çeğil (Thuringia Bulls, GER), Vigo Cudovan (SC DeVeDo), Gijs Even (BBC Münsterland, GER), Fabian Jansen (Skywheelers, GER), Quinten Zantinge ( Lahn-Dill, GER), Boris van Hunnik (BBC Münsterland, DUI), Arie Twigt (Thuringia Bulls, GER), Tim van Raamsdonk (Skywheelers, DUI) en Jelmer van Brunschot (BSR Valladolid, ESP)
De wedstrijddagen van het Repechage:

Maandag 8 juni: 07:15 uur: Nederland – Venezuela
Dinsdag 9 juni: 05:00 uur: Thailand – Nederland
Woensdag 10 juni: 11:45 uur: Nederland – Korea
Donderdag 11 juni: tbd: de nummers 1 vs nummers 4 en nummers 2 vs nummers 3 van de andere poule (met ondermeer Brazilië met bondscoach Cees van Rootselaar), de winnaars van deze vier wedstrijden op 11 juni kwalificeren zich voor het WK in Ottawa (Canada) van 9 tot en met 26 september 2026.
6. Hoe was Parijs in 2024 met steeds een uitverkocht en uitzinnig Paris Bercy?
Dat is iets wat je eigenlijk moeilijk in woorden kunt vatten.
Vanaf het moment dat je de zaal in kwam, voelde je de energie. Duizenden mensen, alles uitverkocht, het geluid… het ging dwars door je heen. Elke actie werd gevolgd door gejuich, elk punt voelde tien keer zo groot. Het maakte niet uit wie er speelde, het publiek stond erachter. Dat gaf ons als spelers zó veel extra kracht.
Voor mij persoonlijk was het een van die momenten waarop alles samenkomt. Je denkt terug aan de weg die je hebt afgelegd, van die degradatie in 2010, tot hier, op het grootste podium.
En dan sta je daar. In Parijs. In een kolkende arena. Voor je land.
Dat zijn de momenten waarvoor je het doet. Dat je denkt: ‘Dit is groter dan basketbal.’
7. Je switchte ooit je nummer bij Oranje van 13 naar 23, waarom was dat?
De nummer 13 kreeg ik van mijn eerste coach, Andre Oud toen hij stopte met spelen, en mijn coach werd. Vanaf dat moment heb ik dat nummer jarenlang met trots gedragen. 13 was mijn geluksgetal, het hoorde bij mij, bij mijn begin als speler.
Toen de officiële FIBA-regels werden aangepast en rugnummers niet langer beperkt waren tot 4 t/m 15, kreeg ik de kans om zelf een nummer te kiezen. Toen viel mijn keuze op 23 en dat heeft een heel persoonlijke reden.

Vroeger, toen ik wat zwaarder was, droeg ik vaak kleding van Karl Kani. Dat iconische Amerikaanse streetwearmerk stond bekend om wijde kleding waarin ik me lekkerder voelde. Op bijna al die kledingstukken stond groot het nummer 23 afgebeeld en dat is me altijd bijgebleven.
Voor mij werd 23 meer dan een nummer. Het staat voor zelfvertrouwen, voor jezelf accepteren zoals je bent, en voor het gevoel dat je het kan. Toen ik dus de vrijheid kreeg om mijn eigen rugnummer te kiezen, wist ik meteen dat 23 bij me hoorde.
Dus toen ik mocht kiezen, wist ik het meteen. 23.
Omdat dat nummer mij dat gevoel gaf: vertrouwen in mezelf, en de overtuiging dat ik het kon.
8. Nu speel je in Nederland, vanwaar de switch en hoe combineert dat met Oranje?
Na mijn carrière in het buitenland kwam er een moment dat ik opnieuw naar mijn leven ging kijken. Op een gegeven moment draait het niet alleen meer om prijzen en prestaties, maar ook om balans.
Ik ben getrouwd, heb twee kinderen… en dan ga je andere keuzes maken. Het gemis van thuis begon zwaarder te wegen. Je wilt er zijn voor je gezin, die momenten niet missen. Tegelijkertijd wilde ik ook bouwen aan een maatschappelijke carrière naast het basketbal, iets voor de lange termijn.
De keuze om in Nederland te gaan spelen was daarom heel bewust. Dichter bij mijn familie, meer rust, en de mogelijkheid om naast het sporten ook aan mijn toekomst buiten het veld te werken.
En juist in combinatie met Oranje werkt dat heel goed. Doordat ik in Nederland speel, kan ik makkelijker aansluiten bij trainingskampen en momenten met Oranje. Je zit dichter op het programma, hebt meer afstemming, en dat helpt ons als team om stappen te blijven maken.

9. Je bent ook ambassadeur van de sport, wat houdt dat in, hoe belangrijk is dat?
Ambassadeur zijn van de sport betekent voor mij dat ik verder kijk dan alleen het veld. Het gaat niet alleen om winnen of presteren, maar om wat je kunt betekenen voor anderen.
Ik probeer rolstoelbasketbal zichtbaar te maken. Mensen inspireren, laten zien wat er wél kan in plaats van wat niet kan. Vooral voor jonge sporters, als zij mij zien, wil ik dat ze denken: ‘Als hij het kan, kan ik het ook‘.
Ik ga langs bij clinics, scholen en evenementen. Ik deel mijn verhaal, niet omdat het perfect is, maar juist omdat het echt is. Met tegenslagen, met groei, met dromen die je waar kunt maken als je erin blijft geloven.
Voor mij is dat net zo belangrijk als spelen voor Oranje. Misschien nog wel belangrijker. Want prijzen zijn mooi, maar impact maken… dat blijft.
Als ik één iemand kan motiveren om in beweging te komen, om in zichzelf te geloven, dan heb ik mijn rol als ambassadeur goed vervuld.
10. Als je nu terugkijkt naar je jonge jeugd, had je ooit zo’n mooie loopbaan in het rolstoelbasketbak kunnen dromen?
Als ik eerlijk ben… Nee. Als kleine jongen droom je groot, maar je overziet niet wat er allemaal bij komt kijken. Je hebt een gevoel, een wens, zoals dat moment dat ik tegen mijn vader zei: “Daar wil ik ook spelen.” Maar hoe die weg eruit zou zien? Dat had ik nooit zo kunnen bedenken.
Wat ik wél had, was geloof. Geloof dat er meer mogelijk was dan mensen soms denken. En vooral de wil om ervoor te gaan, elke dag weer.
Als ik nu terugkijk, ben ik trots. Niet alleen op de prijzen of de clubs, maar op de hele reis. De tegenslagen, de keuzes, het blijven doorgaan. Dat heeft me gevormd tot wie ik nu ben.
En misschien is dat wel het mooiste: dat die jonge jongen een droom had… en dat die droom uiteindelijk zelfs groter is geworden dan hij ooit had durven bedenken.
(Beeld; Luc Reuvers)
Introductie Paralympics Paris Bercy 2024











